woensdag 19 februari 2014

Een e-depot vol historische sensatie.

In 2013 mocht ik samen met Erika Hokke dwars door Nederland een Introdag edepot geven bij bijna alle Regionaal Historische Centra (RHC's).

Dat was een interessante ervaring en gaf een kleine inkijk in de ontwikkelingen bij de verschillende organisaties. Een van de dingen die mij persoonlijk opviel was dat we drie keer een (korte) discussie moesten voeren over de gevolgen van het edepot voor de historische sensatie bij archiefonderzoek.




Op dat soort momenten merk je het verschil tussen vakgenoten die de ontwikkelingen zijn blijven volgen en vakgenoten die zich vooral op hun langer geleden toegeëigende kennis en ontwikkelde kunde hebben toegelegd.

Want waarom zou het raadplegen van archiefstukken in een edepot niet tot een historische sensatie kunnen leiden? Misschien moeten we dan eerst beschrijven wat een historische sensatie is.

Historische sensatie
De historicus Huizinga, die de term muntte, beschreef het onder andere als een onmiddellijk contact met het verleden. Door de bestudering van het verleden kan dit contact tot stand komen op een onverwacht moment en gedurende een korte tijd. Huizinga had het over "een dronkenschap van een oogenblik".

Sensatie vs inzicht
Alhoewel het onderscheid niet altijd goed te maken is, moet historische sensatie niet verward worden met historisch inzicht (of besef). Daar waar het inzicht zich richt op het doorgronden van een situatie of gebeurtenis, heeft de sensatie te maken met het plotseling en kortstondig doordrongen zijn van het gevoel dat het verleden werkelijk bestaan heeft.

Ad van der Zee postte op zijn blog een voorbeeld van een historische sensatie:
Ik onderzocht in het archief een 15de-eeuws rekeningenboek van de graven van Holland, toen er zand tussen de perkamenten pagina’s vandaan gleed. Ik had eerst de neiging om dat zand van tafel te vegen, tot ik me realiseerde dat dit het zand was dat die grafelijke klerk ergens in de 15de eeuw over zijn schrijfwerk had gestrooid om de inkt te laten drogen. Dat zand was mijn directe verbinding met hem, ik kon hem voor mijn gevoel nu bijna aanraken! Ik veegde het zand met mijn hand zorgvuldig bij elkaar en stopte het terug in het manuscript. Ook anderen na mij zouden dit immers moeten kunnen ervaren.
Het bijzondere is dat de gebeurtenis voor een minder ervaren onderzoeker een blijvend historisch inzicht kan opleveren (de klerk gebruikt zand om de inkt te laten drogen en vergeet dat wel eens te verwijderen), terwijl het voor Van der Zee een eenmalig gevoel oplevert. Dat maakt de historische sensatie tot een subjectieve, individuele en niet te reconstrueren ervaring. In tegenstelling tot het historisch inzicht. Waarschijnlijk heb je eerst wel wat inzicht nodig om zo nu en dan tot een sensatie te kunnen komen.

Voor zover je al van dat soort termen kan spreken, zou je kunnen zeggen dat de sensatie geschiedbeoefening-met-het-hart is en het inzicht geschiedbeoefening-met-het-hoofd. Te weinig hart brengt niet in vervoering ('ekstatisch' zei Huizinga) en te veel hart leidt al gauw tot zweverigheid.

Delfische Sybille
Edepot
Maar waarom denkt een deel van de archivarissen die ik bij de RHC's ontmoette dan dat een historische sensatie niet mogelijk is in een edepot (ik vermoed dat een aantal historici er dezelfde ideeën op nahouden)?

Het probleem zit 'm vooral in de vorm. Digitaal is voor veel van deze archivarissen niet te rijmen met origineel. Een digitaal stuk is immers een gedigitaliseerd analoog archiefstuk, een kopie. En je kan het niet waarnemen in de klassieke zin: vastpakken, ruiken, horen ritselen. Voor een echte historische sensatie heb je het origineel nodig en moet je kunnen 'bladeren' en dergelijke. Dus kan een edepot nooit een historische sensatie opleveren, want het zit vol met kopieën en je kan er niet lekker in rondneuzen. Dit is een drogreden (alhoewel het vooral een gevoel is, ben ik bang) en wel om twee redenen, een archivistische en een historische.

Ten eerste is iets archief ongeacht de vorm. Van alles kan archief zijn: papieren documenten, akten op perkament, kaarten, foto's, driedimensionale maquettes van hout, textielstalen uit het archief van de staalmeesters. Maar ook digitale tekstbestanden, spreadsheets, databases, CAD-tekeningen, email of een weblog. Dit noemen we digital born (of born digital, afhankelijk van de school die je aanhangt) archief. Het is specifiek dit laatste type archief waar het edepot voor bedoeld is en juist niet voor gedigitaliseerde kopieën (ik laat vervanging even buiten beschouwing). Digitale bestanden kunnen dus originele archiefstukken zijn.

Ten tweede is een historische sensatie, zoals we gezien hebben, niet afhankelijk van de vorm, maar van een persoonlijke beleving van een fenomeen door het vinden of waarnemen van iets in de historische sfeer.

Daarbij komt dat je digitale archiefstukken wel degelijk kan waarnemen, alleen op een wat andere wijze. Uiteraard kan je ze zien en audio(visuele) bestanden kan je horen, maar je kan ook het gedrag van een stuk waarnemen. Veel meer dan bij analoge stukken. Mits de juiste metadata in de juiste vorm bewaard is, kan je de formules in een spreadsheet achterhalen, de opmerkingen en aanpassingen in een document in chronologische volgorde reconstrueren of de samenstelling van een database op een bepaald moment in de tijd of voor een bepaalde gebruiker simuleren.

Dus het kan voorkomen dat je in eerdere digitale versies van een ministeriële Kamerbrief over het weblogbeleid van Defensie tijdens de militaire uitzending naar Uruzgan, de worsteling ziet van de ambtenaar met het lidwoord wat bij het zelfstandig naamwoord "blog" hoort. De of het?

Dat zou voor mij voldoende basis zijn voor een historische sensatie.

Meer informatie
De historische sensatie (Huizinga, Verzameld Werk VII, 1950)
Huizinga's historische sensatie als onderdeel van het interpretatieproces (F.W.N. Hugenholtz, Forum der Letteren, 1979)
De historische ervaring (R.F. Ankersmit, dissertatie, 1993)
Sublime Historical Experience (R.F. Ankersmit, 2005)
De sublieme historische ervaring revisited (Jacques Bos, Krisis, 2008, Issue 3)

Plaatjes
http://wunderbarlich.files.wordpress.com/2013/10/so-retro.jpg
http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Michelangelo_Delphic_Sybil_cropped.jpg





10 opmerkingen:

Ingmar Koch zei

Allerlei dingen gingen door mijn hoofd terwijl ik je blog las. Zo denk ik dat de manier waarop je de oude digitale informatie kunt gebruiken van grote invloed is op de "historische sensatie" die je beleeft. Een WP5-bestand bekijken op een geëmuleerde MS-DOS-omgeving zal eerder "sensationeel" zijn, dan dat archiefstuk bekijken in een pdf-bestand op een windows 8-systeem.
En nadat ik jouw stukje gelezen had, las ik When it Comes to Keepsakes, What’s the Difference Between Physical and Digital? van Bill LeFurgy.
In het stukje beschrijft hij hoe hij bij het opruimen van zijn kantoor (hij gaat met pensioen) getroffen werd door het verschil in "sensatie" tussen een oude papieren poster en een digitale foto. De poster is verouderd en toont daarmee zijn verband met het verleden, terwijl de digitale foto er na bijna 10 jaar nog hetzelfde uitziet.
En, schrijft hij, de poster heeft een emotional-spatial-identity, terwijl die digitale foto er tegelijk wel en niet is: hij staat onzichtbaar en onaanraakbaar op een drager, verstopt in een grote groep foto's.
Ook dat verklaart waarschijnlijk de aarzeling van die mensen in je cursussen: zij hebben - om allerlei redenen - een band opgebouwd met dat oud papier en kunnen zich niet voorstellen dat je eenzelfde soort band kunt opbouwen met iets dat je niet kunt zien of aanraken.

Christian zei

Chido, mooie blogpost!

De enige zin die me tegenvalt is deze: "Op dat soort momenten merk je het verschil tussen vakgenoten die de ontwikkelingen zijn blijven volgen en vakgenoten die zich vooral op hun langer geleden toegeëigende kennis en ontwikkelde kunde hebben toegelegd."

Daarmee doe je veel collega's in mijn ogen toch echt tekort.

Vooral aangezien je zelf later aangeeft dat het bij een historische sensatie vooral om een gevoel gaat. Tenminste, daar ben je - in je eigen woorden - bang voor...

Alsof je het dus betreurt dat de historische sensatie vooral een gevoelskwestie is, en dus níet een compleet 'rationele' sensatie, die je voor 100% kunt vangen op de manier zoals jij verder in je blogpost doet. Dat zou namelijk ook betekenen dat je hem zou moeten kunnen voorspellen of oproepen. En dan is eigenlijk de grondslag voor de sensatie verdwenen. Om een prachtig woord uit de reactie van Ingmar aan te halen: je moet erdoor worden 'getroffen'.

Verder ben ik het wél met je eens dat iemand ook met digitaal archief prima een historische sensatie zou kunnen beleven. En ik denk dat dit voor generaties die minder 'gevoel' bij papier hebben veel minder de vraag zal zijn dan voor 'onze generatie' het geval is, een generatie die nu eenmaal is opgegroeid met papier (en in het geval van het deel van die generatie waaraan jij de introdag e-depot hebt gegeven, omwille van het 'oud papier' vaak ook gekozen heeft voor ons vak).

Maar hoe dan ook, is het goed dat deze discussies zijn gevoerd.

Chido Houbraken zei

Dank voor je reactie, Ingmar.
Dat is een interessante vergelijking die je daar trekt. De historische sensatie à la Huizinga (HS) versus reminiscentie (in de zin van een verschijnsel, dat herinneringen oproept aan iets overeenkomstigs uit het verleden). Daar waar HS een connectie legt tussen je huidige ik en iets uit het (andermans) verleden, maakt dat reminiscentie een verbinding legt tussen iets uit (andermans?) heden met je eigen verleden.

Een belangrijk verschil is wel dat reminiscentie steeds weer oproepbaar (reconstrueerbaar) is met hetzelfde verschijnsel (zie ook mijn blog uit 2009), terwijl HS per definitie niet reconstrueerbaar is. Althans niet hetzelfde gevoel bij hetzelfde verschijnsel, want de connectie ligt er dan al. Hoogstens kan je 'reminiscenceren' over het moment waarop die HS je overkwam ;-)

Het voorbeeld van LeFurgy geeft ongeveer aan wat mijn probleem is met het onbegrip onder vakgenoten. Waarom zou een digitale foto ongrijpbaar en onzichtbaar in een grote massa zijn?
Als die poster in een grote verzameling posters had gezeten, dan was het toch ook onzichtbaar en ongrijpbaar geweest? Het had in ieder geval niet de emotional-spatial-identity gehad die het nu heeft. Die identiteit is er omdat LeFurgy deze zelf aan die poster heeft toegekend.

En dat geldt wat mij betreft ook voor digitale foto's, om even bij dat voorbeeld te blijven: wij zijn bij mij thuis begonnen met het maken van digitale foto's vlak voordat ons oudste kind geboren werd. Dat betekent dat we nu 12 jaar digitale foto's hebben en van de laatste 10 jaar alleen maar digitaal.
Ik kijk die foto's geregeld terug. We hebben ze dan ook op jaar geordend in digitale mapjes met iets van een beschrijving en verdere datering en dat blijkt genoeg te zijn om ze snel terug te vinden. Maar eigenlijk zie ik ze het meest als ik niet gericht zoek. Ik kom ze tegen op mijn NAS als ik naar iets anders zoek of juist als ik de nieuw gemaakte digitale foto's toevoeg.

De grap is dat ik onze oude analoge fotoboeken nauwelijks inkijk. Te veel gedoe. Andere kamer, flink zoeken voordat je wat gevonden hebt, onhandig formaat fotoboeken en altijd foto's die losschieten omdat de lijm loslaat oid. Ik heb al een aantal jaar het plan om ze te digitaliseren, zodat ik ze eenvoudiger kan bekijken :-)
Want dat is wel een feit: de foto's zijn vanaf de NAS zeer eenvoudig op mijn laptop, een tablet of zelfs mijn telefoon oproepbaar. Ik kan bladeren, kijken op basis van een zoekvraag en zelfs een random diashow bekijken. Als ik zou willen zelfs buitenshuis.

En dan deze opmerking van LeFurgy over digitale foto's: there’s no patina, no natural aging of the artifact to burnish its emotional meaning. The picture seems to have just popped out of a wormhole..
Ik heb niet zo veel met vingervlekken op of vergeling van foto's, anders dan dat ik dat afbreuk vind doen aan 'waarneemkwaliteit'. Kleding of haardracht van de mensen en originele kwaliteit van de foto zijn voor mij patina genoeg. Zo kijk ik gefascineerd terug naar de eerste digitale foto's die wij maakten: vaak onder de 100 kb groot (waardoor ze, bekeken op een huidig scherm, een aandoenlijke korreligheid krijgen) en slechte belichting en scherpstelling (omdat dat toen in de consumentenmarkt nog niet zo goed ontwikkeld was). Zie daar je patina.

Nog even terugkoment op die emotional-spatial identity: op mijn digitale bureaubladen (laptop, tablet, smartphone) heb ik eigen foto's als achtergrond geïnstalleerd, vaak jaren achter elkaar. Sommige foto's zet ik er ook weer op als ik een nieuw apparaat krijg. Die zie ik dus elke dag op een vaste plek. Wat is dan nog het verschil met die poster van LeFurgy?

Chido Houbraken zei

Dank voor je reactie, Chris.
Ik heb getwijfeld over die zin. Maar heb 'm toch laten staan en wel hierom: onderschat niet hoeveel collega's het volstrekt niet interessant vinden om de ontwikkelingen te volgen. Ze zullen het niet in ons gezicht zeggen (in ieder geval niet in dat van jou of mij), maar wat hen betreft is 'digitaal' iets wereldvreemds waarmee een echte archivaris zich niet bezighoudt. Dat was wel de ondertoon die ik in de gesprekken met deze mensen hoorde en voor hen is de opmerking bedoeld.

Let wel: ik heb niets tegen specialisatie en het verbeteren van je vaardigheden, ook al zijn ze minder actueel (juist dan, zou ik zeggen). Maar trek dan geen conclusies over een nieuwe ontwikkeling alleen op basis van je oude kunde en zonder je te willen verdiepen in het nieuwe. Een restaurator van schilderijen mag heel goed zijn in het mengen van verfkleuren, maar kan geen gefundeerde mening hebben over het effect van een röntgen-scan op de kleuren in een schilderij, als hij/zij niet eerst kennis heeft opgedaan over de werking van dat type straling en de manier van scannen.

Anders gezegd: als je niet wil weten wat digitaal archief is (en daar discussiëren we al 20 jaar over in ons vak), hoe kan je dan een mening hebben over de mogelijkheid tot historische sensatie aldaar?

Een historische sensatie is een gevoel, per definitie. De stelling dat een edepot het onmogelijk maakt om bevangen te worden door een historische sensatie, zou wat mij betreft met feiten en rede onderbouwd moeten worden en mijn angst is dat 'men' dat niet kan. Dat die 'stelling' dus vooral een gevoel is.

Ik ben het met je eens dat het ook een generatiekwestie is. De demografische opbouw van een dienst had zeker effect op de discussie. Deels heeft dat met leeftijd te maken en deels met voorkeur of ervaring. Maar binnen ons vak vind ik het een vreemde gewaarwording. "Ongeacht de vorm" is toch echt een diepgeworteld uitgangspunt en dat je dat als vakgenoot niet kan overplaatsen op nieuwe ontwikkelingen, vind ik zorgwekkend.

Vandaar mijn blog :-)

(Voordat nu in de buitenwereld het idee gewekt wordt dat er tijdens de Introdagen lange, felle en plenaire discussies gevoerd werden over historische sensaties, moet ik even zeggen dat het een enkele keer gebeurde met een klein groepje mensen tijdens deelsessies of in een pauze.)

Luud de Brouwer zei

Ik moet bekennen dat ik wel eens een "historische" sensatie beleef als ik via Google een stuk informatie, een artikel of een foto vind waar ik naar op zoek ben. Het is grappig dat het bij de sensaties die in jouw blog en in de reacties worden genoemd steeds om de vorm gaat en niet om de inhoud, de informatie. Terwijl je daar volgens mij naar op zoek bent. Als onderzoeker.

Om het maar dicht bij mezelf te houden twee voorbeelden. Toen ik bij mijn stamboomonderzoek op een gegeven moment ontdekte dat de oudste voorvader die ik tot dan toe had ontdekt Adam heette vond ik dat heel bijzonder en komisch tegelijkertijd.
Toen ik vervolgens een voogdij- en boedelrekening in handen kreeg met zijn handschrift er op, raakte me dat behoorlijk.
Ik zou beide gebeurtenissen beschrijven als een historische sensatie die je als onderzoeker beleeft. Op basis van inhoud én op basis van vorm.

Wat Ingmar beschrijft met emulatie heb ik mogen beleven tijdens een tentoonstelling over de geschiedenis van de computer en software waar ik in de gelegenheid werd gesteld om weer eens ouderwets Pong te spelen. Sensationeel!

En ja een sensatie is een gevoel. Dat ben ik met Chris eens. Dat heb ik hopelijk hiervoor ook duidelijk gemaakt.
Maar je moet je wel open kunnen stellen voor het beleven van een sensatie op een andere manier dan door de vorm. Hoe kun je anders plezier blijven beleven aan dienstverlening uit uitsluitend digitale informatie.

Ik denk ook dat de meeste mensen de digitale sensatie kennen. Als ze op tv sport kijken, of een film of documentaire die ze raakt. Ze zijn niet fysiek aanwezig bij het evenement of de gebeurtenis, maar de beleving is er volgens mij niet minder om. Kortom, de omslag is al lang gemaakt. Alleen willen veel mensen dat los zien van archieven, van papier, van boeken etc.

Ik word op vele manieren (dagelijks) getroffen. Nogmaals, dat gaat niet om de vorm, maar om de inhoud.

Chido Houbraken zei

Dank voor je reactie, Luud.

Leuke voorbeelden beschrijf je daar. Het klopt inderdaad dat men al lang de sensatie van connectie op digitale wijze kan beleven. Sociale media tijdens een 'grote gebeurtenis' (politieke crisis, ramp) zijn daar het levend bewijs van.

Alleen: historische sensatie gaat over een connectie met het verleden voelen aan de hand van iets 'historisch'. Het is dus inderdaad een gevoel en zoals je ook zegt, men realiseert zich nog niet dat dat ook digitaal kan.

Omdat al dat historische een vorm heeft (stuk, boek, object, gebouw, verhaal, analoog, digitaal enz.), en je bij van alles een historsiche sensatie kan beleven, is vorm dus niet relevant.

Zelfs de inhoud is niet relevant. Het kan bij van alles gebeuren. Van een bekend allegorisch tafereel in een bekend schilderij tot een kattebelletje in een archief tot inscripties in een boom.

Waar het om gaat is de relatie die het legt, die je voelt, tussen jou en het verleden. Dat laten je voorbeelden uit het stamboomonderzoek goed zien.

Ad van der Zee zei

Dag Chido,
Leuk dat je een opmerking in mijn blog tot voorbeeld maakte voor dit doordachte artikel. Ik begrijp alleen even niet goed bij wie je me nou indeelt, bij de vakgenoten die de ontwikkelingen zijn blijven volgen of bij die andere groep?
Om je voor te zijn: ik geloof namelijk absoluut dat je ook in een e-depot historische sensaties kunt beleven. Sterker, ik doe tegenwoordig voor 90% onderzoek van achter een beeldscherm en kom (helaas, want het blijft leuk) nog maar zelden in een fysiek archief. En ook achter het beeldscherm bestaat het gevoel van de historische sensatie bestaan, zonder meer. Maar er is toch wel een kwalitatief verschil. Het gevoel bij het origineel kan wat sterker zijn. Wat een depot van originelen daarnaast volgens mij wel veel meer kan bieden dan het e-depot is de serendipiteit, de ongezochte vondst, maar dat is misschien een mooi onderwerp voor een volgend blog!

Ad van der Zee

Chido Houbraken zei

Beste Ad,
Leuk dat je ook reageert op mijn post! Ben benieuwd hoe je er achter gekomen bent dat ik je noemde.

Eerlijk gezegd had ik je bij geen van beide groepen ingedeeld, aangezien ik geen idee had wat je standpunt in deze zaak zou zijn. Ik herinnerde me jouw post vooral als een mooi beschreven voorbeeld van historische sensatie.

Zoals je in mijn post kunt lezen, ga ik er vanuit dat een edepot alleen originelen bevat en geen kopieën (scans) van originele stukken. Origineel digitaal archief, dus. Ik vermoed dat de periode waarin dit type stukken gevormd is (pakweg de afgelopen 30 jaar), niet tot jouw onderzoeksgebied behoort. Dit zou verklaren waarom jij een kwaliteitsverschil waarneemt binnen jouw onderzoeksperiode.

En dat is ook logisch. Ik vermoed dat mijn historische sensatie ook een stuk minder zou zijn als ik een serie foto's van het spelletje Pong zou zien (zie ook Luuds reactie), dan als ik het zelf kon 'vasthouden' (dwz spelen).

Het verschil tussen een historisch onderzoeker en een archivaris is (vind ik), dat de laatste zich moet richten op het concept 'archief', ongeacht vorm, onderwerp of tijdgewricht. Terwijl een onderzoeker zich juist wel richt op onderwerp en tijdvak, waarbij archieven één van de vormen is.

Ad van der Zee zei

@1 Google is my friend!

@2 Aha, ik snap het: een e-depot met originelen, met een digitale oosprong. Ja, dat behoort meer tot de wereld van de moderne archivarissen, dan die van de mediëvisten. Maar dan nog denk ik dat je gelijk houdt: ook daar zijn historische sensaties mogelijk.

Chido Houbraken zei

Over historische sensatie van het beeld.

Proefschrift van Martijn Kleppe - Canonieke Icoonfoto's:
Het antwoord ligt volgens Huizinga in de rol van de verbeelding. Mede daarom is hij ook zelf historiserende afbeeldingen gaan tekenen en mengde hij zich in 1918 met kracht in de discussie over de inrichting van een nationaal Historisch Museum. Enerzijds was er de esthetische school die de nadruk legde op de kunstzinnige verbeelding van heden en verleden. Anderzijds pleitte de realistische school voor een traditioneel historiserende benadering, gebaseerd op (veelal schriftelijke) bronnen, en gepresenteerd in woorden. Huizinga bepleitte een combinatie van beide richtingen, waarbij hij – net als in zijn oratie – uitging van het spanningsveld tussen wetenschap en kunst. De geschiedschrijving, of het museum moest volgens hem een ‘historische sensatie’ teweeg brengen.
(Blz 14 e.v.)

Kleppe, M. (2013). Canonieke Icoonfoto's: de rol van (pers)foto's in de Nederlandse geschiedschrijving. Eburon, Delft. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/38912